Wat verdient een schilder? Uurlonen, cao-schalen en wat het verschil maakt
Wat verdient een schilder is een vraag met twee antwoorden, en het verschil daartussen is groot. Een schilder in loondienst valt onder een cao met negen loongroepen en vastgelegde uurlonen. Een zelfstandige schilder rekent een tarief waar verzekeringen, pensioen, materieel en niet-declarabele uren in verwerkt zitten. Die twee bedragen laten zich niet vergelijken, en toch worden ze in vacatures en op fora voortdurend naast elkaar gezet. Hieronder staat wat er in loondienst feitelijk in de tabel staat en waar je inschaling van afhangt.
In het kort
- Schilders vallen onder de cao voor het Schilders-, Afwerkings-, Vastgoedonderhoud- en Glaszetbedrijf, die negen loongroepen kent.
- Het bruto uurloon in die loongroepen loopt per 1 juli 2026 van 17,24 tot 34,49 euro.
- De huidige cao ging in op 1 november 2025 en loopt tot en met 31 december 2028. Aan het begin van 2026 gingen de lonen met 4 procent omhoog.
- Leerlingen in een bbl-traject hebben een eigen tabel, met uurlonen tussen 7,27 en 14,99 euro afhankelijk van leeftijd en leerjaar.
Salaris schilder: wat de cao voorschrijft
Het salaris van een schilder ligt niet ter onderhandeling maar in een tabel. De cao verdeelt alle functies over negen loongroepen, en binnen elke groep zitten meerdere treden waar je jaarlijks doorheen groeit op basis van ervaring en beoordeling. Het bruto uurloon loopt daarmee van 17,24 euro aan de onderkant tot 34,49 euro in de hoogste groep, met peildatum 1 juli 2026.
Bij een fulltime werkweek komt de onderkant van die schaal neer op ongeveer 2.990 euro bruto per maand en de bovenkant op ruim 5.900 euro. Dat laatste bedrag hoort bij leidinggevende en gespecialiseerde functies, niet bij regulier schilderwerk. Een zelfstandig werkende schilder met een afgeronde opleiding en een aantal jaren ervaring zit doorgaans in de middengroepen, wat neerkomt op ergens tussen 3.500 en 4.500 euro bruto per maand.
Belangrijk detail: de cao deelt in op basis van je functie, je werkzaamheden en je verantwoordelijkheden, niet op basis van je functietitel. Twee mensen die allebei schilder heten kunnen dus in verschillende loongroepen zitten, en dat verschil valt te beargumenteren met wat je feitelijk doet. De volledige tabel staat in de salarisschalen van de cao Schilders.
Hoeveel verdient een schilder in opleiding?
Wie het vak leert via een bbl-traject, werkt vier dagen en gaat één dag naar school. Daar hoort een eigen loontabel bij, met bedragen die afhangen van leeftijd en leerjaar en die lopen van 7,27 tot 14,99 euro bruto per uur. Dat lijkt weinig, maar het staat tegenover een opleiding waarvoor je geen collegegeld betaalt en waarbij je vanaf dag één inkomen hebt.
De sprong komt na het diploma. Zodra je als vakkracht wordt ingeschaald, verdubbelt het uurloon ten opzichte van het laatste leerjaar ongeveer. Dat maakt de bbl in dit vak financieel aantrekkelijker dan een voltijdopleiding, en het verklaart waarom het overgrote deel van de schilders die route heeft gelopen.
Wat je inschaling bepaalt
Binnen hetzelfde vak lopen de verdiensten uiteen, en dat komt door een handvol factoren die zwaarder wegen dan het aantal jaren dat je meedraait.
- Specialisatie: restauratieschilderwerk, houtrotherstel, industrieel spuitwerk en glaszetten worden hoger ingeschaald dan regulier binnen- en buitenschilderwerk
- Zelfstandigheid: zelf een werk opnemen, inmeten en aansturen tilt je een groep hoger dan uitvoeren wat is voorbereid
- Leidinggeven: voorman of ploegleider zijn is een eigen functieniveau, ook als je zelf blijft meewerken
- Werksoort: onderhoud aan vastgoedportefeuilles en projectmatig werk in de utiliteit leveren gemiddeld meer op dan particulier schilderwerk
- Toeslagen: werken op hoogte, in ploegendienst of buiten reguliere tijden komt met vergoedingen die het maandbedrag merkbaar optillen
Wat daarbovenop komt, zijn de certificaten die het werk toegankelijk maken. VCA is op vrijwel elke bouwplaats de basis, en voor gevelwerk komen daar certificaten voor werken op hoogte bij, waaronder de hoogwerkercursus. Ze kosten weinig en maken je inzetbaar op klussen die anders langs je heen gaan.
Loondienst of voor jezelf
Een aanzienlijk deel van de schilders werkt als zelfstandige. De uurtarieven die daar circuleren liggen fors boven het cao-uurloon, en dat leidt geregeld tot de conclusie dat zelfstandig werken meer oplevert. Die vergelijking klopt alleen niet, omdat een tarief iets anders is dan een loon. Uit dat tarief moeten arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw, materieel, vervoer, administratie en de uren komen waarin niet wordt geschilderd maar geoffreerd, ingekocht en gefactureerd.
In loondienst zit dat allemaal al in het pakket, samen met doorbetaling bij ziekte en vakantiegeld. Dat maakt de ene vorm niet beter dan de andere, maar het maakt de vergelijking wel eerlijker: wie het overweegt, moet niet het tarief naast het uurloon leggen maar naast het uurloon plus alle werkgeverslasten. Meer over het vak zelf en de specialisaties staat in het overzicht van het beroep schilder, en hoe het schildersvak zich verhoudt tot de andere beroepen in de bouw staat in dat overzicht.