Metselaar salaris: wat je verdient en waar het verschil vandaan komt
Metselen is een van de weinige vakken waarin je je eigen tempo direct terugziet in je inkomen. Het uurloon staat in de cao en is voor iedereen gelijk, maar een groot deel van het metselwerk in Nederland wordt per steen of per vierkante meter afgerekend. Wie sneller en netter werkt, verdient dus meer bij hetzelfde uurloon. Dat verklaart waarom de bedragen die metselaars onderling noemen zo uiteenlopen, terwijl de loontabel voor iedereen hetzelfde is.
In het kort
- Metselaars vallen onder de cao Bouw en Infra en worden ingedeeld in de functiegroepen A tot en met E voor bouwplaatswerknemers.
- Het bruto uurloon in die groepen loopt per 1 januari 2026 van 18,95 tot 23,78 euro voor werknemers van 21 jaar en ouder.
- Bij een 40-urige werkweek komt dat neer op ongeveer 3.285 tot 4.122 euro bruto per maand, met 8 procent vakantiegeld erbovenop.
- UWV noemt metselaars en voegers in Kansrijke beroepen 2026-2027 als beroep met goede baankansen.
Wat verdient een metselaar volgens de cao?
Het metselaar salaris volgt de functiegroepen voor bouwplaatswerknemers uit de cao Bouw en Infra. Er zijn vijf groepen, elk met één vast uurloon, en meer verdienen betekent dus in een hogere groep terechtkomen. Per 1 januari 2026 gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder de volgende bedragen.
- Groep A: 18,95 euro per uur, het instapniveau voor opperman en hulparbeider
- Groep B: 20,02 euro per uur, voor de beginnend metselaar die het vak nog aan het opbouwen is
- Groep C: 21,24 euro per uur, voor de zelfstandig werkende metselaar
- Groep D: 22,68 euro per uur, voor de allround metselaar en de voorman
- Groep E: 23,78 euro per uur, de hoogste groep voor bouwplaatswerknemers
Een vakvolwassen metselaar zit doorgaans in groep C of D. Dat komt neer op ruwweg 3.680 tot 3.930 euro bruto per maand bij een fulltime werkweek, exclusief vakantiegeld en toeslagen. Per 1 januari 2027 gaan deze bedragen met 1,5 procent omhoog.
Waarom het uurloon niet het hele verhaal is
In het metselwerk wordt veel gewerkt met tarief- of prestatieafspraken. Bij nieuwbouwprojecten is het gebruikelijk dat een metselploeg per duizend stenen of per vierkante meter wordt afgerekend, waarbij het uurloon als ondergrens fungeert. Een ervaren ploeg die goed op elkaar is ingespeeld, haalt daarmee een aanzienlijk hoger uurbedrag dan de tabel aangeeft.
Daar staat tegenover dat die manier van werken weersafhankelijk is en fysiek zwaar. Vorst legt het werk stil, regen vertraagt, en een ploeg die op tarief werkt voelt dat direct in het inkomen. Dat maakt het metselaarsvak financieel wisselvalliger dan bijvoorbeeld een functie in de afbouw of aan de voorbereidende kant, terwijl het over een heel jaar gerekend vaak beter uitpakt.
Uurloon metselaar: wat je indeling bepaalt
Het verschil tussen groep B en groep D is bijna drie euro per uur, oftewel ruim 450 euro bruto per maand. Wat je indeling bepaalt, is niet je aantal dienstjaren maar wat je aantoonbaar zelfstandig kunt.
- Zelfstandig werken: een werk kunnen uitzetten, profielen stellen en zonder toezicht doorwerken tilt je van B naar C
- Breedte van het vak: naast baksteen ook kunnen werken met kalkzandsteen, lijmwerk, gevelmetselwerk en voegwerk
- Tekening lezen: zelfstandig maatvoering uit een werktekening halen in plaats van die aangereikt krijgen
- Aansturen: een ploeg of leerling begeleiden brengt je richting groep D en de voormanfunctie
- Specialisme: restauratie- en renovatiemetselwerk vraagt kennis van historische mortels en technieken en wordt hoger gewaardeerd
Dat laatste is de meest onderschatte route omhoog. Restauratiemetselwerk is een klein segment met weinig mensen die het beheersen, en de tarieven liggen er navenant. Wie zich daarin bekwaamt, maakt zich bovendien minder afhankelijk van de nieuwbouwconjunctuur, want restauratie loopt door als de woningbouw stilvalt.
Hoe je metselaar wordt
Vrijwel iedereen leert dit vak via de bbl: vier dagen werken bij een aannemer of metselbedrijf en één dag naar school, met loon volgens de leerlingtabel van de cao. Op niveau 2 leer je de basis, op niveau 3 word je zelfstandig werkend metselaar. Dat traject duurt twee tot drie jaar en levert een erkend mbo-diploma op zonder dat je inkomen inlevert.
Instappen kan ook zonder diploma, via de functie opperman of hulparbeider in groep A. UWV noemt die functie uitdrukkelijk een opstapfunctie richting vakkracht, en in de praktijk is dat precies hoe veel metselaars zijn begonnen: eerst stenen aanvoeren en mortel maken, daarna zelf de troffel. Meer over die instaproutes staat in het overzicht van beroepen in de bouw.
Het vak op langere termijn
Metselen is fysiek zwaar en dat wordt zichtbaar in de leeftijdsopbouw van de branche. De meeste metselaars maken tussen hun veertigste en vijftigste een keuze: doorgaan met minder zware werksoorten, doorgroeien naar voorman of uitvoerder, of overstappen naar een functie waarin ze het vak overdragen. Die laatste route is de afgelopen jaren aantrekkelijker geworden, omdat het tekort aan leermeesters en praktijkopleiders in de bouw net zo groot is als het tekort aan vaklieden zelf.